Vanuit de woonkamer de wijk in: hoe het Peuterfestival gezinnen in beweging brengt

Beweegbelang foto 1 1

Voor sommige ouders in ‘s-Hertogenbosch is de wereld klein. De ouders hebben geen groot netwerk, bezoeken geen sportclub, vereniging of buurtcentrum en hebben nauwelijks contact met andere ouders. BeweegBelang voor het jonge kind – een preventieve aanpak van de gemeente Den Bosch - wil deze ouders en hun kinderen in beweging brengen via ‘het Peuterfestival’.

Het Peuterfestival is een gezamenlijk initiatief van de GGD, Farent en ’S-PORT. Binnen ’S-PORT maakt het Peuterfestival onderdeel uit van het project BeweegBelang voor het jonge kind. Vanaf september 2026 worden in vier Bossche aandachtswijken (West, Noord, Zuid-Oost en Binnenstad.) zo’n 10-15 festivals georganiseerd. De doelgroep is breed. Het gaat om zowel kinderen van één tot vier jaar oud en hun ouders.  
 
Combinatiefunctionaris Manon Theeuwen werkt al jaren aan het thema bewegen bij het jonge kind. Ze legt uit hoe het Peuterfestival is ontstaan. "Beweegbelang voor het jonge kind is de paraplu over alles wat we doen rondom beweging voor nul- tot achtjarigen. Ons werk doen we op scholen, en op kinderdagverblijven waar we professionals adviseren op beweeggebied. Toch wilden we heel graag ook de ouders bereiken. De motorische ontwikkeling gaat tussen nul en vier ontzettend snel. Kinderen leren hun evenwicht bewaren, klimmen en klauteren, ontdekken hun grenzen en bouwen zelfvertrouwen op. Dat heeft ook weer effecten op concentratie of dingen durven uitproberen. Ouders hebben op die jonge peuterleeftijd nog de meeste invloed. Zij zijn uiteindelijk de sleutel om kinderen echt in beweging te krijgen. Om die reden is het Peuterfestival ontstaan.”

“De ontmoeting is net zo belangrijk als het bewegen zelf”

Tijdens ieder festival verzorgen sportaanbieders workshops waaraan ouders en kinderen samen meedoen. Tegelijkertijd zijn organisaties zoals de GGD, Farent (sociaal werk), de bibliotheek, de tandarts en het Jeugdfonds Sport & Cultuur aanwezig. Ouders kunnen laagdrempelig kennismaken, vragen stellen en ontdekken welke ondersteuning en welk aanbod er in hun eigen wijk beschikbaar is.  

"Het is eigenlijk letterlijk een marktje", vertelt Manon. "Met workshops, een springkussen en vooral ook een koffiehoekje. Want juist daar ontstaan de gesprekken tussen ouders. Die ontmoeting is minstens zo belangrijk als het bewegen zelf. Veel ouders leven relatief geïsoleerd. In sommige wijken hoor je letterlijk: ik kom eigenlijk niet vaak buiten de deur. Dan is zo'n koffiehoekje vaak de eerste stap naar contact."  
 
Het doel is niet alleen om kinderen tijdens het festival plezier in bewegen te laten ervaren, maar vooral om ouders in contact te brengen met sportaanbieders, zorg- en welzijnsorganisaties én met elkaar. 

Bewustwording bij ouders 
Dat juist de aandachtswijken worden opgezocht, is geen toeval. BeweegBelang voor het jonge kind neemt vragenlijsten op basisscholen af. Jonge kinderen vertellen of ze op zwemles zitten, of ze kunnen fietsen, of ze sporten bij een vereniging enzovoort. De conclusies uit die vragenlijsten gaven aanleiding om een focus te leggen op specifieke wijken. Een andere reden is recent onderzoek van de GGD. Dat toont aan dat overgewicht onder jonge kinderen in Den Bosch bovengemiddeld voorkomt. De oorzaken van het minder bewegen zijn verschillend, verduidelijkt Manon.  "In de ene wijk zien we veel alleenstaande moeders die moeite hebben om financieel rond te komen en weinig tijd hebben. In andere wijken zien we weer cultuurverschillen of onbekendheid met het sportaanbod. Ook eenzaamheid en weinig sociale contacten liggen hier vaak aan ten grondslag, waardoor mensen minder snel de stap zetten naar sportaanbod. Een vriend, buur of familielid die je meeneemt kan drempelverlagend werken." 

Sport als einddoel en middel 
Het idee voor het Peuterfestival ontstond vanuit signalen uit de praktijk. Jarenlang organiseerde ’S-PORT in samenwerking met een sportaanbieder peutergym voor jonge kinderen. Het initiatief is overgenomen door een sportaanbieder, maar inmiddels beëindigd omdat voortzetting in de wijken niet is gelukt. Uiteindelijk werden de activiteiten alleen nog op de eigen locatie aangeboden, waardoor zij voor veel inwoners minder toegankelijk werden. Toch bleef de wens bestaan. Vanuit de GGD, kinderdagverblijven én bewoners klonk steeds dezelfde vraag: waar is de peutergym gebleven?

Tegelijkertijd vertelde de GGD over het contact tussen ouders en sportaanbieders op een Peuterfestival in Breda. Dat bracht de partners op het idee om in ‘s-Hertogenbosch eenzelfde festival te organiseren. "Wij waren enthousiast, maar hadden simpelweg de uren en het budget niet. Dankzij de bijdrage van het BrabantSport Fonds kunnen we het nu wel realiseren."

Naast de festivals wordt ook een vernieuwde reeks van vijftien peutergymlessen opgezet. Daarin staat bewegen centraal, maar is er ook aandacht voor thema's als gezondheid, slaap en financiën. Zo versterken beide projecten elkaar. Sport wordt hier ingezet als middel om te bewegen én als toegangspoort naar zorg of ondersteuning. 

Beweegbelang foto 2 1

“Soms moet je ouders gewoon letterlijk bij de hand nemen”

Het mooie is dat niet alleen professionals een rol krijgen tijdens de Peuterfestivals. Ook bewoners worden actief betrokken. Manon: "We hebben bijvoorbeeld ouders die schminken, iemand die foto's maakt en mensen die willen helpen bij een knutseltafel. Hen willen we ook een podium en een stukje eigenaarschap geven. Dat maakt het festival herkenbaar en vertrouwd. En het maakt het ook echt iets van de wijk zelf. Bekende gezichten zorgen ervoor dat de drempel om langs te komen verlaagd wordt. Ook Farent speelt daarin een belangrijke rol. Hun opvoedondersteuners kennen veel gezinnen en begeleiden ouders op het festival naar de activiteiten. Want soms moet je ook ouders gewoon letterlijk bij de hand nemen.”

De eerste stap 
Bij binnenkomst op het festival krijgen alle kinderen een tasje waarmee ze langs de verschillende workshops en informatiestands gaan. Onderweg verzamelen ze kleine cadeautjes en informatie over het aanbod in hun wijk. Heeft een peuter plezier gehad bij een dans- of beweegworkshop, dan kunnen ouders zich direct oriënteren op een vervolg. Dat vervolg is belangrijk. De initiatiefnemers hopen dat 30 tot 40 procent van de deelnemers binnen drie maanden doorstroomt naar een structureel sport- of beweegaanbod. Maar misschien is de grootste winst wel dat ook ouders een nieuwe stap zetten. Uit de woonkamer. De wijk in. Naar andere ouders, een sportvereniging of naar hulp als die nodig is.

Benieuwd naar meer projecten? Ontdek hoe we samen Brabant sterker maken door sport.